Over borst- en flesvoeding

Borstvoeding of flesvoeding, weet jij het al?

Nu Alix bijna drie maanden oud is, kijk ik met een fijn gevoel terug op mijn zwangerschap. Want hoewel ik er op dat moment niet altijd even veel van kon genieten, was het toch echt wel een wonderlijke ervaring. Eentje die vooral gepaard ging met heel wat vragen. Of ik veel kwaaltjes had bijvoorbeeld, of we al een crèche hadden gevonden, of we de naam al wisten, én, de wellicht meest gestelde vraag, of ik al wist voor welke voeding ik zou kiezen. Een beetje vreemd vond ik dat, dat andere mensen wilden weten of ik voor borst- of flesvoeding zou gaan. En toch ook weer niet, want het onderwerp kreeg de voorbije jaren steeds meer aandacht. Er werd dan ook al heel wat over geschreven en gediscussieerd. En dat kan een aanstaande mama behoorlijk onzeker maken. Jammer vind ik dat, want die keuze is en blijft nu eenmaal heel persoonlijk. Al is de druk om borstvoeding te geven vandaag hoger dan ooit.

Toen ik de vraag voor het eerst te horen kreeg, kon ik eigenlijk niet meteen een goed antwoord bedenken. Ik had er dan ook nog nooit echt bij stilgestaan en wist dus niet zo goed wat ik wilde doen. Zelf zag ik mezelf eerder als een flesmama. Ik had dan ook het gevoel dat borstvoeding niks voor mij was. Een echte reden had ik er niet voor. En dus kreeg ik duizend-en-één artikels en verhalen voorgeschoteld waarin me duidelijk werd gemaakt dat borstvoeding toch echt stukken beter was. En dat ik daar dus maar beter niet over twijfelde. Omdat ik het door al die vragen en reacties niet meer goed wist, besloot ik toch maar even te googelen. Want een voorbereide mama is er namelijk nog altijd twee waard, niet?

De zoektocht leverde me echter geen antwoord op mijn vraag. Of misschien net wel. Een bezoekje aan de website van Kind & Gezin bijvoorbeeld, liet me weten dat “als borstvoeding om een of andere reden niet (meer) mogelijk is, flesvoeding een goed alternatief is”. Oei, van kiezen was er dus eigenlijk niet echt sprake. ’t Is te zeggen, toch niet wanneer ik er geen goede reden voor had. Bij de pagina over borst- of flesvoeding, wordt bovendien met geen woord over flesjes gerept. En dat is ook op andere websites het geval. Het gaf me best een slecht gevoel, want ik voelde me al voor de geboorte van ons kindje in een bepaalde richting geduwd. En dat terwijl ik veel liever mijn gevoel volgde.

Naarmate de maanden voorbijgingen, begon mijn gevoel echter steeds meer te veranderen. Was het door de hormonen of door het feit dat mijn lichaam zich steeds meer begon voor te bereiden op het moederschap? Geen idee. Eén ding stond vast, borstvoeding leek me meer en meer een mogelijkheid. Een maandje voor mijn bevalling besloot ik dan ook om het toch een kans te geven. Dan wist ik tenminste écht of het iets voor mij was of niet. En was dat niet het geval, dan was dat helemaal oké. Ik had het dan toch tenminste geprobeerd. Een ingesteldheid die ik trouwens bij steeds meer andere (toekomstige) mama’s zie.

En die borstvoeding, die verliep eigenlijk duizend keer beter dan ik had verwacht. Na een goeie week was ik dan ook blij dat ik het een kans had gegeven. Ons meisje groeide goed, hapte goed aan en deed dat al vanaf de eerste voeding perfect. Ook op verplaatsing had ik er eigenlijk weinig moeite mee en dat was voor mij best een mijlpaal. Beetje preuts, weet je wel. Maar na een goeie maand ging het bergaf. Ze hield haar voeding niet meer goed binnen, was nooit echt verzadigd en kwam vaak om het uur terug.

De oorzaak werd gevonden in een overproductie van mezelf én dus in te weinig voedende melk. En ik die dacht dat veel melk net goed was. Bovendien vermoedde de kinderarts dat er ook nog eens sprake was van reflux. Een niet zo ideale combinatie dus. Samen met de vroedvrouw en de osteopaat probeerde ik heel wat tips uit, maar het leek alleen maar erger te worden. Uiteindelijk stelde onze vroedvrouw me daarom twee opties voor: alles afkolven en aandikken in flesjes, of overstappen op speciale flesvoeding. Mijn keuze ging al snel naar de laatste optie, want ik zag het op dat moment fysiek echt niet haalbaar om alles af te kolven en dus nooit meer écht borstvoeding te geven. 

Al snel ging het heel wat beter met ons meisje. Ze dronk weer goed, gaf bijna niet meer terug en was opnieuw een blije baby. Ook ikzelf voelde mij zowel mentaal als fysiek stukken beter, want ja, om het uur moeten voeden en een continu huilende baby doet wat met een mens. Zeker als dat ook ’s nachts doorgaat. Ik ben tot op vandaag dan ook nog altijd heel erg blij met mijn keuze. Ook al zullen heel wat overtuigde borstvoedingsmama’s misschien vinden dat ik het niet lang genoeg heb geprobeerd. Of dat zelf voeden toch nog altijd beter was geweest voor ons meisje. Om maar iets te zeggen.

Voor wie het zich trouwens afvraagt, ik weet natuurlijk best dat borstvoeding nog altijd het meest natuurlijke is voor een baby en dat die melk voedingsstoffen bevat die we in flesvoeding niet terugvinden. Maar heel eerlijk, een mama die elke dag zit mee te huilen en haar baby steeds ongelukkiger ziet worden, is ook niet ideaal. En dan moeten er oplossingen worden gevonden. Voor mij was dat de keuze voor flesjes, maar dat kan voor een andere mama natuurlijk helemaal anders zijn. Dus ook mama’s die beslissen om lang te voeden, doen dat echt fantastisch. Zo lang we maar lief blijven voor onszelf en voor elkaar. Want wat je ook verkiest, het maakt van jou écht geen betere of slechtere mama. En dat de maatschappij nu ook nog eens die mening mag delen. ’t Zou veel mama’s alvast heel wat traantjes besparen.

Geef een reactie